Mineralen,spoorelementen en vitaminen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen,dieren en planten ongeveer 60 mineralen gebruiken voor bouwstoffen, maar ook om allerlei lichaamsprocessen te laten functioneren. Sommige van deze mineralen zijn slechts nodig in zeer kleine hoeveelheden.
Ook voor de aanmaak van vitamines zijn mineralen nodig. Mineralen en spoorelementen moeten dus in voldoende mate aanwezig zijn in de bodem. Uit verschillende onderzoeken van over de hele wereld blijkt dat hoeveelheid mineralen en vitaminen in voeding met 25 tot 75% is afgenomen. Een belangrijke oorzaak hiervan is de manier hoe met de bodem omgaan en de kwaliteit van de mest die er op wordt aangewend (Zie ook: De invloed van een veranderde landbouw op het bodem plant dier systeem en de mens.).
Uit onderzoek in Nederland, door TNO uitgevoerd in 1988 en 1989 in opdracht van het ministerie van volksgezondheid, blijkt dat alle mensen in Nederland voor bepaalde mineralen en vitaminen de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) niet halen. Dit onderzoek is uitgevoerd bij 6000 mensen in Nederland waarbij men precies heeft vastgesteld wat er gegeten wordt. Daarbij zijn 226 voedingsmiddelen opnieuw geanalyseerd. Daaruit bleek dat veel voedingstoffen behoorlijk afwijken van de gehanteerde voedingsmiddelen tabellen.
Met dit onderzoek is nooit wat gedaan. Ook het voedingscentrum geeft in haar rapport, richtlijnen goede voedselkeuze aan dat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor ijzer, zink, selenium, foliumzuur, vitamine A en vitamine D door veel Nederlanders niet gehaald wordt ( zie rapport).

Uit een onderzoek van de consumentenbond in 2005, wat mede gefinancierd is door het Ministerie van Landbouw, naar het verschil tussen biologische en gangbare groenten, bleek 10 van de 14 onderzochte groenten (zowel biologisch als gangbaar) meer dan 60% minder vitamine C te bevatten dan oude voedingsmiddelen tabellen aangeven.
meting CB 2005 Oude Meting verschil
andijvie 0,1 4 -97%
bloemkool 29 80 -64%
broccoli 17,8 110 -84%
champignon 4,4 5 -12%
ijsbergsla 0,1 3 -96%
komkommer 0,1 10 -99%
rode paprika 155,4 150 +3,6%
sla 0,2 10 -98%
sperzieboon 1 5 -80%
spinazie* 0,2 25 -99%
tomaat 14,7 15
(25 in 1975)
-2%
(-41% t.o.v. 1975)
ui 6,2 10 -38%
winterpeen 0,1 2 -95%
witlof 0 5 -100%
* geldt niet voor diepvriesspinazie
[ONDERSCHRIFT]

Vitamine C in mg per 100 g groente (gemiddelde van gewone en biologische groente).


Bron: Consumentenbond/ing. P. Blokker
De NEVO tabel 2001 is samengesteld van verouderde metingen, bijvoorbeeld de 110 mg vitamine C is afkomstig van een onderzoek uit 1978.
Ook bevatten deze groenten gemiddeld 6,5% minder ijzer en 8% minder calcium. Verder is ook het selenium onderzocht, alleen is daar in het rapport niks over terug te vinden. Bij navraag werd vertelt dat het selenium gehalte beneden de detectie grens ligt. Bij groenten die op substraat (waar de mineralen door middel van water worden gegeven) groeien is dit logisch, aangezien deze groenten maar een beperkt aantal mineralen krijgen toegediend en selenium zit daar niet bij. Bij alle andere groenten is dit erg verontrustend.
Het mineraal selenium is namelijk een zeer belangrijke antioxidant, wat ons beschermt tegen kanker en een rol speelt bij het gezond houden van het hart en ons immuunsysteem. In Finland wordt nu al meer dan 20 jaar verplicht selenium aan de kunstmest toegevoegd en daar is het aantal mensen dat overlijd aan hart en vaatziekten met 35 tot 40% afgenomen.
Veel mensen gebruiken synthetische vitaminen. Op de site http://www.galaxynutrients.com/natural-vs-synthetic-vitamins-s/3.htm zijn chroma's te zien waaruit blijkt dat synthetische vitaminen niet hetzelfde zijn als natuurlijke vitaminen.

Op onze boerderij wordt sinds een jaar gewerkt volgens een systeem van William Albrecht. William Albrecht was een professor in Amerika die precies heeft uitgevonden wat er in de bodem aan mineralen, spoorelementen en bodemleven moet zitten voor optimale gezondheid van plant, dier en mens.
In Zuid-Afrika merkten ze in supermarkten dat als boeren volgens dit systeem werken de producten langer houdbaar waren. Normaal moest men ongeveer 15% weggooien en van boeren die volgens dit systeem werken maar 3%.
Wat wij zien is dat we nu in een jaar de tekorten in het gras van selenium, kobalt en zwavel hebben weggewerkt. Deze zitten weer in voldoende mate in het gras.
Alleen voor magnesium en zink moeten we nog een aantal jaren extra bemesten.
Deze mineralen worden via bladbemesting aangevuld en via aanvoer van natuurlijk rijke rotsgesteente of vulkanisch gesteente, wat ook weer veel andere spoorelementen bevat. Het is ook niet voor niks dat rond vulkanen zeer vruchtbare grond aanwezig is. Dit komt niet alleen omdat deze grond veel mineralen bevat, maar ook paramagnetisch is.
Paramagnetisme is het vermogen van grond of gesteente om licht fotonen af te geven. Dit licht stimuleert plantenwortels, bacteriŽn en ander bodemleven in de grond. Wat uiteindelijk gezonde planten, dieren en mensen oplevert.

Reactie Contact